een organisatie van

Vooruit.png
Vermeylenfonds.png
UPV ZW.png

met de steun van

LiteratuurVlaanderen_2x.png

Griet Vandermassen

Waarom mannen verkrachten

Verkrachting laat diepe sporen na bij slachtoffers, veel dieper dan andere vormen van geweld. Statistieken variëren afhankelijk van de definitie, maar naar schatting wordt in westerse landen één op acht vrouwen ooit verkracht. Bij mannen is dat drie procent. De overgrote meerderheid van de daders is mannelijk, en de dader is vaker dan niet een bekende van het slachtoffer. Slechts één op tien verkrachtingen wordt aangegeven. Gezien die alarmerende cijfers en de traumatische impact van seksueel geweld, zou je verwachten dat we een goed gefundeerde wetenschappelijke theorie hebben over de oorzaken ervan. De werkelijkheid is anders. Wie er de literatuur op naslaat, verdrinkt in een zee van verkrachterstypologieën en tegenstrijdige verklaringen, onder meer vanuit psychiatrische, feministische, sociologische en biologische hoek.

Die chaos weerspiegelt het gebrek aan interdisciplinariteit binnen de academische wereld: de meeste onderzoekers werken binnen hun eigen discipline en intellectuele traditie, zonder rekening te houden met wat er elders gebeurt. Veel theorieën zijn ook amper getest, waardoor de waarde ervan onduidelijk blijft en ze naast elkaar kunnen blijven bestaan. De evolutiebiologische wetenschappen vormen hierop een uitzondering: zij hebben duidelijke, falsifieerbare voorspellingen gedaan, die brede bevestiging kregen bij mensen en andere soorten.

Als we de oorzaken van seksueel geweld willen begrijpen, zullen we interdisciplinair moeten denken. Anders blijven theorieën floreren die, hoewel niet noodzakelijk manifest fout, dan toch kortzichtig zijn en vrouwen zelfs in gevaar kunnen brengen. Dat wil ik illustreren aan de hand van het vaakst gehoorde verhaal: verkrachting als product van een patriarchale maatschappij, waarbij het de verkrachter niet om seks te doen is, maar om macht, geweld en vernedering.

VERKRACHTING ALS POLITIEKE DAAD

De populariteit van die visie bleek nog maar eens uit de reacties op de gebeurtenissen in Keulen tijdens nieuwjaarsnacht. Seksueel geweld werd door veel commentatoren met grote vanzelfsprekendheid geduid als een uiting van seksisme en ongelijke machtsverhoudingen. Als mannen seksueel grensoverschrijdend gedrag stellen, is dat omdat ze gesocialiseerd zijn om vrouwen te minachten. Hun gedrag wordt gemotiveerd door misogynie, niet door lust. Bijgevolg zijn ze weinig selectief als het om de keuze van slachtoffers gaat: zij gaan vooral af op tekenen van kwetsbaarheid.

De toonaangevendheid van dit verhaal mag ook blijken uit de website hulpnaverkrachting.be, een gezamenlijk initiatief van de Belgische overheid, de politie en het Instituut voor de Gelijkheid van Mannen en Vrouwen. In de rubriek ‘Mythes over verkrachting’ lezen we:

Mythe: Verkrachting is seks.

Realiteit: Verkrachting is geen seks, maar een daad van puur geweld (…). De basismotieven ervan zijn macht, controle en woede. Het gaat dus niet om seks.

Mythe: Verkrachting kan voorkomen worden door bepaalde plaatsen te mijden en je gezond verstand te gebruiken.

Realiteit: Dat (...) is absolute onzin. Mensen worden verkracht of aangerand omdat ze de brute pech hebben een verkrachter of een aanrander tegen het lijf te lopen.

Mythe: Slechts ‘een bepaald soort’ vrouwen wordt verkracht.

Realiteit: Verkrachters kiezen slachtoffers niet op basis van hun uiterlijk, hun kleding, hun leeftijd of hun status. Een verkrachter zoekt naar een persoon waarvan hij vermoedt dat zij een kwetsbare persoon is.

Mythe: Alleen knappe, jonge meisjes worden verkracht.

Realiteit: Vrouwen van àlle leeftijden worden verkracht. (…) Aantrekkelijk zijn heeft evenmin een invloed.

Dit zijn sterke beweringen, die teruggaan op een invloedrijk boek uit 1975: Against Our Will van Susan Brownmiller. Dankzij dat boek, een naar de keel grijpend overzicht van verkrachting door de eeuwen heen, kwam seksueel geweld eindelijk op de maatschappelijke agenda te staan als een ernstig probleem. Maar het werk had ook een grote impact op verklaringen. Waar seks voordien als een belangrijk motief gold, luidde Brownmillers centrale stelling dat verkrachting een wapen is waarmee mannen vrouwen onder controle willen houden. Macht en vernedering, daar draait het om, niet om seks. Het bleek een ideologisch krachtig idee, dat niet alleen door feministen overgenomen werd, maar ook door veel niet-feministische sociale wetenschappers en hulpverleners, tot op de dag van vandaag. Nochtans zijn de argumenten ervoor bijzonder zwak.

DE ARGUMENTEN

Een eerste argument waarom daders niet seksueel gemotiveerd zouden zijn, luidt dat de meeste daders een partner hebben. Maar ook veel prostitueeklanten en pornokijkers hebben een partner, en toch leidt niemand daaruit een gebrek aan seksuele motivatie af. Het argument veronderstelt dat het mannelijk seksueel verlangen volledig ingelost kan worden door één persoon, iets wat door talloze studies wordt tegengesproken.

Een tweede argument benadrukt het gebruik van dwang en geweld. Maar natuurlijk is er sprake van dwang, anders noemden we het geen verkrachting. Wat geweld betreft, gaat dat zelden verder dan instrumenteel geweld: het geweld dat nodig is om de weerstand van het slachtoffer te overwinnen. Aanhangers van de ‘geen seks-theorie’ verwarren hier het middel met het doel – alsof het geweld van een inbraak zou betekenen dat het de inbreker niet om de buit te doen was. Als de dader werkelijk op geweld uit was, kon hij veel meer schade toebrengen.

Ook de andere argumenten zijn gemakkelijk te doorprikken. Dat de dader niet seksueel gedreven kan zijn omdat veel verkrachtingen gepland zijn, bijvoorbeeld. Maar ook affaires en afspraakjes zijn gepland, en toch beschouwen we resulterende vrijpartijen niet als niet-seksueel. Het argument dat elke vrouw risico loopt, is strikt genomen correct maar tegelijk erg misleidend, want het verhult dat vrouwen tussen de vijftien en vijfentwintig véél meer risico lopen. De alomtegenwoordigheid van seksueel geweld in oorlog weegt zwaarder als argument, omdat verkrachting hier vaak gepaard gaat met uitingen van sadisme. Maar ook dat toont niet aan dat lust geen rol speelt. Vrouwen in oorlogsgebied zijn vaak onbeschermd en daardoor ontzettend kwetsbaar, en de voorkeur van verkrachtende soldaten voor jonge vrouwen is goed gedocumenteerd.

DE OBSTAKELS

Een goede theorie over seksueel geweld moet op zijn minst het volgende kunnen verklaren:

  • Seksueel geweld beperkt zich niet tot de mens. Seksuele agressie en gedwongen copulatie zijn wijdverspreid in het dierenrijk, waar seksuele socialisatie ontbreekt

  • Ook in andere soorten zijn mannetjes de seksuele agressors

  • Seksueel geweld komt voor in alle ons gekende culturen

  • Vaginale verkrachting is traumatiserender dan orale of anale verkrachting

  • Daders zijn overwegend jong. De meeste daders staken hun gedrag eens de jongvolwassenheid voorbij (ondanks hun veronderstelde socialisatie tot seksuele geweldenaars)

  • Slachtoffers zijn overwegend tieners of vroege twintigers

  • Daders gebruiken zelden excessief geweld

  • Sommige mannen verkrachten, maar de meesten doen dat niet

De ‘geen seks-theorie’ kan deze patronen niet verklaren. Dat betekent geenszins dat motieven als dominantie of vernedering nooit een rol spelen, wel dat we een veel breder theoretisch kader nodig hebben om de oorzaken van seksueel geweld te doorgronden: dat van de evolutietheorie.

OUDERLIJKE INVESTERING

Evolutionair bekeken is seksueel geweld het product van een verschillende mannelijke en vrouwelijke geëvolueerde psychoseksualiteit. Mannelijke seksuele agressie komt voor in soorten waar vrouwtjes seksueel kieskeuriger zijn dan mannetjes en waar de ecologische omstandigheden vrouwtjes bovendien kwetsbaar maken voor mannelijke dwang.

In de meeste soorten investeren vrouwtjes veel meer tijd en energie in de productie van nageslacht dan mannetjes. Die laatsten dragen vaak amper iets bij, behalve hun DNA. Het vrouwelijk voortplantingspotentieel is bovendien veel beperkter dan dat van mannetjes, zeker bij zoogdieren. Evolutionair leidt dit tot een grotere vrouwelijke seksuele kieskeurigheid: vrouwtjes verkiezen tekenen van kwaliteit in een mannetje. Mannetjes zullen soms proberen om die vrouwelijke keuze te omzeilen, via seksuele agressie.

Mensen zijn een bijzondere soort, doordat mannen sterk betrokken zijn op hun nageslacht. Maar de basisasymmetrie in ouderlijke investering blijft. Voor een vrouw vergt het minimaal een lange zwangerschap en zogen om een kind voort te brengen, terwijl het voor een man in principe volstaat om sperma af te leveren. Het leidt tot voorspelbare verschillen in psychoseksualiteit, gemiddeld genomen. Crosscultureel zijn vrouwen seksueel kieskeuriger dan mannen en verlangen ze vaker tekenen van toewijding vooraleer in te stemmen tot seks. Mannen hebben een veel lagere drempel voor seks, veel meer interesse in losse seks, en ze verlangen een veel groter aantal sekspartners dan vrouwen. Hun verlangen gaat daarbij uit naar jonge – en dus vruchtbare – vrouwen.

Combineer dit met het feit dat mannen risiconemender en fysiek agressiever zijn dan vrouwen, en het hoeft niet te verbazen dat ze soms geweld zullen gebruiken om seks te krijgen. Dat geldt vooral voor jonge mannen, omdat de seksuele interesse en het risicogedrag van mannen piekt in de adolescentie en jongvolwassenheid, de periode waarin ze de seksuele competitie met andere mannen moeten aangaan.

Voor een vrouw heeft verkrachting altijd grote reproductieve gevolgen gehad. Ze kon zwanger worden van een man die zij niet wenste en ook nog eens de steun van haar partner verliezen. Psychologische pijn is een adaptatie: het is een signaal dat je reproductieve belangen geschaad zijn en het zorgt ervoor dat je die situatie voortaan zal proberen vermijden. Het diepe trauma na een verkrachting weerspiegelt de mate van die reproductieve schade.

CULTURELE VARIATIE

De opvatting dat seksueel geweld niets met lust te maken heeft, kan veel gekende patronen niet verklaren, is evolutionair totaal onwaarschijnlijk én wordt tegengesproken door de feiten. Uit bevragingen bij veroordeelde verkrachters blijkt bijvoorbeeld vaak dat lust alvast één drijfveer was. Ook het fenomeen date rape weerlegt dat seksuele agressie noodzakelijk een uiting is van seksisme of machtswellust. De meeste date rapes zijn de uitloper van een knuffel- of vrijpartij die al aan de gang was en waarbij de dader duidelijk seksueel gemotiveerd was.

Maar daarmee is de kous niet af. We weten dat lust risicogedrag in de hand werkt, maar toch houden de meeste mannen rekening met vrouwelijke wensen, ondanks hun mate van opwinding. Lust mag dan over het algemeen een voorwaarde zijn voor verkrachting, maar als we willen verklaren waarom de ene man zich wel opdringt en de andere niet, en waarom sommige culturen meer seksueel geweld kennen dan andere, hebben we meer nodig.

Menselijk gedrag is altijd het product van een ingewikkeld samenspel tussen aanleg, omgevingsinvloeden, levenservaringen en de directe context. De evolutionaire benadering belicht vooral soortspecifieke, en daarbinnen seksetypische, patronen. Ze helpt ons begrijpen waarom mannen verkrachten en vrouwen niet of nauwelijks (vrouwelijke zedendelinquenten handelen trouwens zelden uit lust), maar om individuele en culturele variatie te begrijpen, moeten we bij andere wetenschappelijke disciplines te rade.

Vergelijkend antropologisch onderzoek leert ons veel over culturele contexten die seksueel geweld tegen vrouwen vergemakkelijken. Patrilokaliteit, waarbij de bruid bij de familie van de man intrekt, is zo’n factor. In samenlevingen waar het paar bij de familie van de vrouw gaat wonen, is een vrouw beter beschermd tegen seksuele agressie, omdat zij de bescherming van haar verwanten geniet. Seksuele agressie is ook frequenter in samenlevingen met een gebrek aan vrouwelijke autonomie en een ideologie van mannelijke stoerheid. Dat klinkt als een bevestiging van de theorie dat seksueel geweld een uiting is van seksisme, maar correlatie is geen causatie. Misschien dient het geweld inderdaad om een gebrek aan respect te uiten en vrouwen op hun plaats te zetten, maar het kan ook anders: misschien kan de mannelijke seksualiteit zich meer laten gaan in een samenleving waar weinig respect heerst voor vrouwen. Een gebrek aan respect is dan de voorwaarde voor seksueel geweld, in plaats van dat het geweld een manier zou zijn om een gebrek aan respect te tonen.

Seksueel geweld is ook frequenter als de kosten ervan laag zijn, bijvoorbeeld omdat het nauwelijks bestraft wordt. Maar één factor overstijgt alle andere qua voorspellend vermogen: de aanwezigheid van geweld en criminaliteit in het algemeen. Hoe meer criminaliteit een samenleving kent, hoe meer verkrachtingen. Neemt de criminaliteit af, zoals in de VS de voorbije decennia, dan daalt het aantal verkrachtingen evenredig. Dit suggereert dat we seksueel geweld moeten bekijken in het kader van antisociaal gedrag tout court.

ANTISOCIALITEIT ALS VOEDINGSBODEM

Dat is ook wat het onderzoek naar individuele verschillen in seksuele geweldpleging aangeeft. De meeste daders scoren hoog op antisocialiteit. Ze vertonen vaak andere vormen van delinquent gedrag, omdat ze weinig rekening houden met de belangen van anderen. Daarnaast zijn seksuele geweldenaars erg promiscue ingesteld: ze willen seks met heel veel vrouwen. Vaak hebben ze daadwerkelijk veel bedpartners, maar naar hun zin nog niet voldoende. Omdat ze weinig empathie hebben en veel meer seks verlangen dan ze krijgen, zien ze vrouwen vaak als een obstakel om te overwinnen.

Die delinquente fase is voor de grootste groep verkrachters van voorbijgaande aard. Het gaat om de periode van de adolescentie en jongvolwassenheid, een periode die bij veel jonge mannen gepaard gaat met risicogedrag, antisociaal gedrag en de zoektocht naar seks. Eens ze een job of vaste partner vinden, nemen die antisociale tendensen af. Een kleinere groep blijft echter levenslang delinquent. Het gaat om mannen met een ontwikkelingsstoornis, bijvoorbeeld door ondervoeding of mishandeling als kind, die weinig perspectieven hebben in het leven en inzetten op een antisociale levensstijl. De derde groep antisocialen is nog veel kleiner, maar is bijzonder gevaarlijk: psychopaten. Zij plegen veel vaker sadistisch geweld.

Machtige, succesvolle mannen die verkrachten, zijn meestal niet antisociaal. Ze zijn wel erg promiscue ingesteld en risiconemend. Hun hoge sociale status geeft hen een gevoel van straffeloosheid, waardoor ze soms met geweld nemen wat ze willen.

EEN BIOSOCIALE BENADERING

 

Menselijk gedrag wordt altijd gestuurd door een combinatie van motieven, en dat geldt evenzeer voor seksueel geweld. Vrouwvijandigheid, jaloezie, wrok, frustratie, een verlangen naar dominantie of zelfs de oprechte overtuiging dat zij door de seks verliefd zal worden: het kan allemaal meespelen in het hoofd van daders. Maar seksuele motivatie speelt vrijwel altijd een belangrijke rol. Dat betekent dat seksueel geweld nog moeilijker uit te roeien zal zijn dan sommigen denken, gezien de diepe evolutionaire wortels van de mannelijke en vrouwelijke psychoseksualiteit. Dat mag echter geen reden zijn om biologische factoren buiten het plaatje te houden. Het ‘geen seks’-verhaal is niet alleen incorrect, maar het brengt vrouwen ook in gevaar, door risicofactoren te ontkennen en door mannen de boodschap te geven dat hun gedrag geen verkrachting is zolang het gedreven wordt door lust.

Het werkt nog op andere manieren contraproductief. Aanhangers verzetten zich bijvoorbeeld tegen chemische castratie als middel tegen recidivisme, met het argument dat verkrachting niets met seksueel verlangen te maken heeft – dit terwijl we goede aanwijzingen hebben dat chemische castratie helpt. Hun afwijzing van prostitutie als genormaliseerd geweld tegen vrouwen en de bijhorende poging om prostitutie uit te bannen, zou tot meer seksueel geweld kunnen leiden, want prostituees bieden voor veel mannen een seksuele uitlaatklep. De weinige beschikbare data hierover wijzen alvast in die richting. Het positieve verband tussen de aanwezigheid van een seksuele uitlaatklep en verminderde seksuele agressie is beter aangetoond bij pornografie: hoe vrijelijker porno beschikbaar is in een samenleving, hoe minder seksueel geweld.

Een evolutionair geïnformeerde kijk stemt minder hoopvol dan een louter culturele benadering, omdat seksualiteit minder kneedbaar lijkt dan culturele geplogenheden. Dat mag ons niet ontmoedigen. Verkrachting is alomtegenwoordig en psychisch verwoestend. Alleen door een goed begrip van de oorzaken ervan kunnen we ons ertegen wapenen. De biologische en sociale wetenschappen moeten dringend de handen in elkaar slaan.

Griet Vandermassen